What we live for

Het laatste deel van Vietnam. Over vijf dagen moet ik weer ‘opdonderstralen’ (visum). Bijna een maand bevind ik me in dit land. Wat volgt is Cambodia. Ik ben me ondertussen al wat meer gaan verdiepen in de geschiedenis van Cambodia en dan bots je uiteraard gelijk tegen de Khmer Rouge op waardoor een aanzienlijk deel van de bevolking is uitgeroeid. Daar kom ik later op terug. De eer is nu nog aan Vietnam. Mijn laatste bericht was ik nog in de magische wereld van Hoi An waar in de avond de lampionnen de straten licht geven en iedereen met een zaligmakende uitdrukking voorbij fietst. De trip van Linda kwam weer langzamerhand tot een einde. Samen zijn we weer terug richting het noorden gegaan. Allereerst naar Ninh Binh waar we verdwaald raakten. Maar je kan niet verdwalen als je niet weet waar je heen gaat, dus het aanbod om een stel jongens mee te helpen met de rijst op de kar te tillen sloegen we niet af. We kwamen door dorpjes waar de glimlach van de inwoners zo warm was dat we beide van binnen opgloeiden.

                               Links 'onze' scooter, rechts die van onze rijstvrienden. Samen bezig de rijst                         te verplaatsen van land naar kar.

Het was tijd op een nieuwe poging voor Halong Bay te wagen. Ondanks dat dit toerisme op en top is, is Halong Bay een must see. Het zijn limestones (bijna 2000) in de zee en met een boot vaar je erdoorheen waar je zo nu en dan stopt bij een aantal caves. Het is een natuurwonder. En zoals je nu al begrijpt is onze poging geslaagd. Van Ninh Binh leek niemand naar Halong Bay te gaan dus Lin en ik mochten om 6 uur in de ochtend met de lokale bus mee. Net als in Laos en op de scooter in Thailand lijkt het een ego strelend succes om zoveel mensen in één busje te krijgen. Iedere keer als er weer een Vietnamees in de bus sprong keken Lin en ik elkaar aan; “Neee, dat kan toch niet passen”. Ons inschattingsvermogen kreeg telkens een harde klap in het gezicht want het paste perfect. Van de zijkanten kwamen planken en de bagage was prima ondersteuning. Daarna werd het staan met de armen aan het plafond. Wat mij betreft krijgen ze zeker een award voor deze creativiteit. De eerste nacht op Halong Bay was er een met kots. Niet van het verschijnsel zeeziek maar van de ‘illegale’ wodka. Twee hyperactieve en hypergrappige engelsmannen konden natuurlijk niet een avond zonder alcohol. Met z’n vieren dronken we sneller dan water een fles wodka naar binnen. Met oerkreten werd een vrouw met een klein roeibootje teruggeroepen in het donker. Stiekem aan de zijkant van de boot werd nieuwe wodka overgeschonken in waterflessen. Toch vrij naïef om  in de veronderstelling te blijven dat het personeel heilig blijft geloven in onze waterconsumptie als iedereen van het dak schreeuwt en een aantal languit op het dek liggen. Op een begeven moment was ik ‘eraan’ en vertelde Lin dat ik een wandeling ging maken. Een schrikbarende reactie volgde: “Je gaat toch niet wandelen nu!”.. Linda zag sterretjes en leefde in de idee dat je op een boot een wandeling kan maken van kilometers. Een aantal minuten later lag op het dek een heerlijke plek. Linda’s maag liet het even afweten. Gelukkig was daar onze wonderschone beertjes-prullenbak die Linda in de diepe nacht heeft vergezeld. Misschien wekt dit verbazing voor sommigen, maar ik drink nauwelijks. Ik heb gister mijn tweede biertje gedronken in Vietnam. Die nacht lag ik dus in coma. De volgende dag mochten we gaan trekken door het nationale park. Eén ding was zeker: Onze kater was na twee uur verdwenen en vergeten. Op Cat Ba island brachten we de nacht door en de volgende dag gingen we met de boot terug aan land.

                                Een surrealistische (it ain't always magical sunshine) foto van Halong Bay

Op naar Hanoi om het einde van Lin’s vakantie in te luiden. Dat werd toch iets anders dan we hadden gepland. Mijn lief opaatje trok het slecht de afgelopen tijd en toen ik in Hanoi mijn mail opende leek het niet lang meer te duren. Daarbij mocht (moest) ik een bezoekje maken aan het ziekenhuis. Het leek alsof we binnen enkele minuten beland waren in een oorlogsziekenhuis waar werkelijk alles en iedereen bij elkaar ligt. Ik keek vluchtig naar links en zag daar verwonde naakte lichamen van mannen en vrouwen. Lin en ik dachten daarvoor; eerste hulp? Bleek ‘louter’ een chirurgisch ziekenhuis te zijn. Verkeerde bestemming dus ook. Omdat iedereen bijzonder goed engels spreekt (niet) kan je duizend maal uitleggen waarvoor je daar bent. Uiteindelijk leek een zuster en de beveiliger te weten wat er aan de hand was en pakte de beveiliger direct zijn gitaar om onze gemoederen een beetje te bedaren. Uiteindelijk was de roep om het ziekenhuis vals alarm. Geen zorgen, ik ben kerngezond. Lin en ik vonden een café met sangria (hallelujah) en hebben zo onze laatste avond gespendeerd. In de nacht is opa overleden, om vier uur werd ik gebeld en een uur later moesten we opstaan om naar het vliegveld te gaan. Toen ik op het vliegveld stond met Linda wilde ik niets liever dan mee naar huis. Ik heb tot dusver nog nooit zó sterk gevoeld dat ik naar huis wilde. Maar het zijn vaak momentopnames en in dit geval was het ook een bijeenkomst van omstandigheden. Ik wil naar huis gaan als het goed voelt en vanuit mezelf, niet in een waas of een opwelling.

En zo ben ik nu in Nha Trang na twee nachten in nachtbussen. Nha Trang is een vakantieoord voor zowel westerlingen als Vietnamezen zelf. Veel barretjes, restaurants en strand. Ik heb het hier snel gezien en vertrek morgenvroeg naar Dalat. Ondertussen probeer ik op mijn eigen manier aan opa te denken en afscheid te nemen. Deze oosterse wereld heeft me sterker doen gaan geloven in leven na de dood en inzicht gegeven in onze normale/bizarre kijk op de dood. Het is een angst terwijl het dat ergens niet hoeft te zijn. Want waar zijn we dan eigenlijk bang voor? We kunnen eindeloos speculeren over wat er na de dood is, maar weten zullen we het niet. Wat het ironische hieraan is is dat iedereen tenminste één ding anders zou doen of zal gaan doen als ze de casus voorgelegd krijgen dat ze nog maar een korte periode te leven hebben. Als we zo bang zijn voor de dood, waarom maken we ons niet-gevreesde leven dan niet optimaal? De dood is eigenlijk het beste wat ons kan overkomen, want het kan ons doen leven met uitroepteken. Bang voor het onbekende zijn we allemaal. Bang om radeloos te zijn in situaties die we niet gewend zijn. Maar waarom? Ik denk vaak terug aan de zinnen van mijn leraar “We denken in onderscheid”, “Ik en de rest van de wereld”: “Lieve mensen, dit is een ILLUSIE”. Het hoort allemaal bij ons, de wereld en het leven. Cultuur 1 en cultuur 2, land 12 en land 50, Leven en dood. Wij zijn dit…. dit zijn wij, alles. Ergens ben ik blij voor opa, dat hij zijn oude lichaam gedag mag zeggen en nu dingen weet die wij nog niet weten. Dingen ervaart die wij niet kunnen of willen ervaren. Wie weet, wordt hij overmorgen herboren ergens in de wereld, beginnend aan een nieuwe ontdekkingsreis met een open toekomst in eigen handen.. in een gloednieuw lichaam.

Love and peace,

Inez

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer